Nieuws

Opinie: Meer aandacht nodig voor omgeving patiënt

 

Er is weinig te merken van echte aandacht voor familie of mantelzorgers rondom patiënten of cliënten. En dat terwijl steeds meer mantelzorgers overbelast raken.

 

Hoe kan het dat in vijf jaar behandeling en begeleiding van een man met de ziekte van Parkinson door het behandelteam nooit gesproken is met de drie zonen in dit gezin? En dat terwijl er mensonterende situaties plaatsvonden en de moeder totaal overbelast raakte. Dat kan omdat de gezondheidszorg al decennia lang, en nog steeds, het motto 'de patiënt centraal' aanhangt, verwijzend naar autonomie, zelfmanagement en eigen regie van de patiënt. Dit motto was in de jaren tachtig en negentig functioneel en een stap vooruit in de overgang van het denken vanuit het belang van de organisatie naar het denken vanuit het belang van de individuele patient. De vraag is of dit motto nog steeds past bij de huidige ontwikkelingen in de maatschappij en onze gezondheidszorg.

 

Ondanks de breed gedragen visie dat zorg aan patiënten zoveel mogelijk dicht bij huis moet plaatsvinden, zijn we in onze gezondheidszorg helaas de aandacht voor de omgeving en de context van patiënten goeddeels kwijtgeraakt. Er is nog bitter weinig te merken van echte aandacht voor familie of mantelzorgers rondom patiënten of cliënten. En dat terwijl een steeds groter wordend deel van de familieleden en mantelzorgers in Nederland inmiddels overbelast raakt, veelal leidend tot gezondheidsklachten of een burn-out.

 

Het netwerk notarissen meldde enige tijd geleden dat er spanningen ontstaan als kinderen beslissingen moeten nemen over de zorg van de ouders. Volgens het netwerk ontstaan er veel ruzies rond het sterfbed. Zorgen voor iemand in de familie gaat gepaard met emoties, het zet onderlinge relaties onder druk, mensen moeten met elkaar leren omgaan in een nieuwe situatie.

 

Dat zorg aan familieleden of andere naasten zwaar kan zijn, wordt inmiddels breed onderkend. Het onderwerp overbelasting van mantelzorgers krijgt veel aandacht in de media. Het huidige ondersteuningsaanbod vanuit de WMO (Wet Maatschappelijke Ondersteuning) voor familie en mantelzorgers in de vorm van bijvoorbeeld een individueel gesprek of een kortingspas is echter veel te simpel en volstrekt ontoereikend.

 

De transitie van een onhoudbare verzorgingsstaat naar een duurzame participatiemaatschappij vraagt om veel substantiëlere oplossingen dan de individuele ondersteuning van mantelzorgers die nu wordt geboden. Deze transitie vraagt van ons als burgers te bewegen van individualistisch denken en eigen regie naar medeverantwoordelijkheid en samenredzaamheid. De gezondheidszorg moet daarop aansluiten door de patiënt met zijn familie of mantelzorgers centraal te stellen. Door hen gezamenlijk te ondersteunen, met kennis over en aandacht voor onderlinge relaties. Dat betekent dat zorginstellingen en zorgprofessionals verstand moeten hebben van de patiënt en zijn aandoening, maar zeker ook van de gevolgen van ziekte en zorgafhankelijkheid op relaties en het functioneren van een familie.

 

Waar motto 'de patiënt centraal' destijds een stap vooruit was is het nu niet meer passend bij de huidige maatschappelijke ontwikkelingen in de richting van een participatiesamenleving. 'De patiënt en zijn familie centraal' zou vanaf nu wellicht een beter motto zijn.

 

Dr. Marie Louise Luttik, Dr. Wolter Paans en Dr. Margreet Luinge zijn lector aan de Hanzehogeschool Groningen.

 

Dit opiniestuk is ontstaan door persoonlijke ervaringen, resultaten uit toegepast wetenschappelijk onderzoek en contacten in de zorgpraktijk uit de afgelopen vijf jaar op het thema 'familiezorg'.

 

Bron: Dagblad van het noorden


Notitieboekje KATo als afscheidspresentje samenwerking Exfam en Amarant

 

Twee jaar geleden ontmoetten Klaartje, Ad en Toon (KATo) elkaar bij Amarant. Toon als voorzitter van de Centrale Cliëntvertegenwoordigers Raad, Klaartje en Ad als projectleider Familiezorg. Vanaf dat moment hebben ze nauw en met veel plezier samengewerkt om Medezeggenschap en Familiezorg te verbinden binnen Amarant. Tijdens de Medezeggenschapsdag op zaterdag 28 oktober is dit notitieboekje aangeboden als afscheidspresentje aan alle deelnemers. Eigenlijk is dit boekje in iedere zorgorganisatie toepasbaar. Mocht u een notitieboekje willen ontvangen neem dan contact met ons op.

 

Download hier het boekje.


Ons 'n Zorg!?

Amarant Groep


Broers en zussen in en om het ziekenhuis

 

Eerste Praat Klets Doeboek voor 'brussen'

Het steuntje in de rug voor broers en zussen van (chronisch) zieke kinderen!

690.000 kinderen leven in Nederland en Vlaanderen met een (chronische) ziekte. Broers en zussen zijn betrokken bij de zieke maar hebben het zelf ook moeilijk, de ziekte heeft vaak een enorme impact op hun leven..

 

broers_en_zussen_in_en_om_het_ziekenhuis

Broers en zussen willen gezien worden, maar durven veelal niet veel voor zichzelf te vragen. Om hun ouders niet verder te belasten stoppen ze hun gevoelens vaak weg. Dit optimistische en praktische boek geeft die broers en zussen een boost: een duwtje in de rug. Het laat hen aan het woord en is luchtig en met humor geschreven.

Het PRAAT KLETS DOE boek helpt de broers en zussen om te begrijpen wat er gebeurt en om er met anderen over te praten: Hoe het is, voor hen. Met:
• 21 verrassende PRAATvragen, zoals:
- Wat wil je uitvinden om je broer of zus te helpen?
- Hoe wil je het ziekenhuis fijner maken voor jezelf?
• 21 interessante KLETSverhalen om over verder te praten: van oudere broers en zussen en professionals in & om het ziekenhuis vertellen wat zij precies doen.
• 21 keer DOEN: ter afleiding, voor als je je verveelt of om lekker niets te doen.

Kijk het boek in

 

'Alleen luisteren naar wat kinderen willen en nodig hebben is niet genoeg, er moet ook iets mee mee gedáán worden: daarom hebben we dit boek gemaakt.'
Hester Rippen
Directeur Stichting Kind en Ziekenhuis

 

‘Ontzettend mooi boek! Alles komt er in aan bod. Het boek bespreekt het 'zoals het is’. Dit boek moet op zoveel mogelijk plekken in ieder (kinder)ziekenhuis liggen, zodat ouders en kinderen het boek ‘bij toeval' in handen krijgen. '
Els Jonker
Jeugdarts & Ambassadeur Jonge Mantelzorg AJN Jeugdartsen Nederland

 

anjet_van_dijkenMr Anjet van Dijken schreef dit boek voor het Brussen Boost Project van Stichting Kind en Ziekenhuis. Journalist en schrijver Anjet van Dijken (1976) heeft een blinde, verstandelijk gehandicapte broer. Ze schreef het eerste Nederlandse broers- en zussenboek, is co-auteur van de 'Quickscan naar de Ondersteuningsbehoefte van Brussen' van het Nederlands Jeugdinstituut, en initieerde verscheidene online communities zoals de succesvolle Lotje&co brussen op Facebook.

 

Over het boek en filmpjes > Meer info
Over Stichting Kind en Ziekenhuis > Meer info

 

Waarom een boek voor de broers en zussen?

'Om me een beetje op te vrolijken.'– Romy ( 8 jaar)

'Voor tips hoe om te gaan met mijn drukke papa en mama.'– Finn (10 jaar)

 

Brussen Boost Project
De verschijning van dit boek vormt de kick off voor het Brussen Boost Project onder leiding van Stichting Kind en Ziekenhuis: het eerste project waarin broers en zussen van kinderen met een chronische aandoening centraal staan, met in het voorjaar het eerste bijscholingssymposium voor professionals, en dat (op termijn) voor aanpassing zorgt van de criteria voor familie- en kindgerichte zorg. Het project werd mede gefinancierd door Fonds Nuts Ohra - Zorg én Perspectief.

Meer info


Geef familie patiënt actieve rol

 

Naasten kunnen zorgproces positief beïnvloeden

Het betrekken van familieleden van de patiënt bij het zorgproces gebeurt nog maar mondjesmaat. Jammer, zeggen Monique Lindhout en collega’s, want het lijkt erop dat patiënten sneller revalideren met hulp van hun naasten.

 

Begin september 2015 krijgt Jan een groot herseninfarct links frontaal. Ondanks trombolyse gaat het niet goed met Jan. Hij heeft een verlamming rechts en een afasie. Hij slaapt heel veel. Zijn vrouw hoort binnen 24 uur na de beroerte dat de neuroloog zeer somber is over de prognose. Jan wordt overgeplaatst naar een verpleeghuis en moet veel rusten volgens de zorgverleners. Zijn familie wordt er verder niet bij betrokken; hun wordt niets gevraagd en zij krijgen geen tips wat zij kunnen doen.

Een van de vrienden (tevens een van de auteurs, namelijk ML) is logopedist met jarenlange ervaring in het behandelen van neurologische taal- en spraakstoornissen bij volwassenen. Tegenwoordig is zij directeur van de patiëntenvereniging Hersenletsel.nl. Zij adviseert de naasten om met de zorgverleners te bespreken wat er gedaan kan worden. De naasten vragen een gesprek aan. Ze leggen aan de zorgverleners uit wie Jan was voor hij die vreselijke beroerte kreeg. Jan was een actieve hardwerkende man met een drukke agenda. Hij had zitting in diverse besturen en vergaderde heel wat af. Werkweken van 70 uur waren geen uitzondering, ook niet nu hij met pensioen was. Charismatisch, bevlogen, altijd met iets bezig, reislustig en maatschappelijk zeer betrokken.

Ze vragen om tips. Hoe kunnen zij Jan helpen? Zij menen toch echt te zien dat Jan wil oefenen. Het welsprekende gebaar waarmee hij zijn oefenrooster voor die week tevoorschijn haalt, boos tikt op de vele therapieloze dagen daarin en de hartgrondige vloek die hij daarbij uit, maken duidelijk dat hij aan de slag wil – zijn agenda, nu zijn ‘oefenagenda’, moet gevuld worden! Uiteindelijk organiseert het eigenwijze netwerk van Jan in overleg met het behandelteam een eigen ‘oefenteam’ en gaat aan de slag. Hoewel hierover open overleg met het behandelteam geweest is, voelen familie en vrienden zich vaak meer gedoogd dan welkom in de instelling waar Jan verblijft.

Maar Jan gaat wel vooruit. En in februari 2016 komt hij thuis, via de route geriatrische revalidatie en twee maanden opname in het revalidatiecentrum. Vijf maanden na de beroerte is hij ADL-zelfstandig, loopt zonder hulpmiddel, ook buiten en op de trap, en ‘kan al best een beetje kletsen’, zoals hijzelf zegt. De afasie is nog de grootste handicap. Jan is ver gekomen. Dankzij de familie en vrienden?

 

Positief effect
Deze casus staat niet op zichzelf. Een Ierse studie (n=100) laat zien dat 77 procent van getroffenen door een beroerte vindt dat hun familieleden meer bij de behandeling betrokken zouden moeten worden, en dat vindt ook 86 procent van de familieleden zelf.1 Ook in eigen land is in 2011 in twaalf ziekenhuizen en tien revalidatiecentra aan patiënten (n=211) gevraagd of de familie instructie gekregen had om met hen te oefenen: dat bleek zo te zijn in slechts 18,6 procent van de gevallen in het ziekenhuis en 35,6 procent in het revalidatiecentrum.2

De laatste paar jaar is er een aantal randomized controlled trials (RCT’s) verricht naar family mediated exercises. Er is beginnend bewijs dat het oefenen met familie een positief effect heeft op het herstel en, niet onbelangrijk, dat de ervaren zorglast voor de familie niet toeneemt.3 In een van deze RCT’s werden patiënten en familieleden na afronden van de studie geïnterviewd. Patiënten gaven aan dat de familie een belangrijke drijfveer was om het oefenen vol te houden en familieleden vonden het een positieve ervaring betrokken te zijn bij de revalidatie en het herstelproces. Er waren ook familieleden (15%) die aangaven geen tijd te hebben om te helpen met oefenen en toename van stress ervoeren.⁴

 

Het betrekken van familie geeft een win-win-win-winsituatie:

  • De patiënt wint: grotere kans op herstel én op behoud van netwerk in de chronische fase.
  • De naasten winnen: ze helpen, groeien mee en groeien toe naar goed ‘omgaan met’ in de chronische fase. Een actief netwerk voorkomt overbelasting van één van de primaire mantelzorgers.
  • De professionals winnen: betere resultaten in minder tijd.
  • De maatschappij wint: minder zorglast en kosten in de chronische fase

 

Zelfredzaamheid
In de casus van Jan zijn de naasten er klaar voor. De vrienden van Jan nemen de regie, en vragen om goed geïnformeerd én betrokken te worden. Zij weten tenslotte het beste wat Jan kan en wil. Maar was de zorg hier klaar voor?

De zorg van en voor naasten (de zogenaamde informele zorg) moet bij zorgprofessionals nadrukkelijker in het vizier komen. De positie van naasten moet worden versterkt, aldus staatssecretaris Van Rijn.⁵ De overheid doet een appel op zelfredzaamheid, zelfhulp en eigen regie. De nieuwe definitie van gezondheid sluit hier ook goed op aan: ‘Gezondheid zien als het vermogen om je aan te passen en je eigen regie te voeren, in het licht van de sociale, fysieke en emotionele uitdagingen van het leven’.⁶ Hiermee doen we een steeds groter beroep op sociale netwerken.

Niet de inhoud van de zorg staat ter discussie. Wel is de tijd rijp om ons te bezinnen op de manier van zorgverlening. Maatwerk, niet alleen voor de patiënt, maar toegesneden op de patiënt met zijn naasten. De specifieke situatie van de familie heeft meestal geen enkele invloed op de inhoud, vorm en organisatie van de zorg. Hierbij gaan we echter voorbij aan verschillen in wensen en behoeften, maar vooral ook aan mogelijkheden en kansen!

 

Cultuur
De familie bij het zorgproces betrekken is niet in een simpel recept om te zetten. Het vraagt om een gezinsgerichte cultuur in de organisatie en attitude van professionals, met als belangrijkste uitganspunten (a) focus op de familie en niet alleen op de patiënt, (b) iedere familie is verschillend; heeft verschillende wensen, behoeften en sterke kanten, en (c) de familie kent de patiënt het beste. In de praktijk betekent dit: nodig de familie uit en verken samen wat hun wensen en behoeften zijn en welke rol zij willen en kunnen spelen.

Op organisatieniveau vraagt dit om een expliciete visie die het belang van het betrekken van familie bij het zorgproces weergeeft. Vervolgens zijn er concrete handvatten nodig om dit te vertalen naar de praktijk, zoals helder beleid, training van medewerkers, het ‘in de etalage zetten’ van enkele voorbeeld-/verbeterprojecten en het opnemen van familie in patiënten-raden.

Op het niveau van de professionals vraagt het om een open houding tegenover de familie van een patiënt. Laat familie zich welkom voelen. Zorg voor duidelijke informatie en vraag hoe het met hen gaat, wat hun wensen en behoeften zijn en welke rol ze zouden willen spelen. Verplaats je eens in de familie. Hoe zou je zelf handelen als je eigen vader, moeder, of partner opgenomen zou zijn?⁷

 

Geen simpel recept
Ook al is er geen simpel recept, wel kan veel geleerd worden van best practices:

  • Het aanbieden van een ‘menukaart’ aan familieleden, zoals het family involvement menu van Johns Hopkins Medicine.⁸ Familie wordt daar nadrukkelijk uitgenodigd en aangemoedigd om samen met de zorgverleners te werken aan het herstel van de patiënt. Deze menukaart (online te vinden bij dit artikel, red.) voor de familie van patiënten op de ic kan met weinig moeite worden aangepast aan de situatie waarin u de menukaart wilt gebruiken. Vraag aan zorgverleners (paramedici, verpleegkundigen) welke taken zij kunnen en durven over te dragen en vraag aan familieleden welke taken zij zouden willen overnemen. Wees als zorgverlener flexibel en creatief!
  • Richt de informatievoorziening ook specifiek op naasten. Dat kunt u doen door in de folders/website apart een hoofdstuk te maken voor informatie voor naasten, vrienden en bezoekers. Binnen het hoofdstuk kunt u aandacht schenken aan ‘hoe kunt u helpen’ en ‘zorg voor uzelf’ en ‘de naasten uitnodigen om het gesprek met de zorgverleners aan te gaan’. Een mooi voorbeeld is de intensive care guide voor patiënten en naasten.⁹
  • Nodig niet alleen patiënten uit om ervaringen te delen over de zorg, maar vraag dat ook nadrukkelijk aan naasten. Geef hen een eigen positie/kans om mee te helpen om de zorg te verbeteren. Een voorbeeld kan zijn het panel revalidatiezorg.1⁰

 

Door te starten met één of meerdere projecten waarbij de familie (inclusief de patiënt) centraal staat, gekoppeld aan activiteiten, discussies en vooral ook visie op organisatieniveau, kunnen op relatief korte termijn grote veranderingen tot stand komen.

 

Toekomst
In het geval van Jan hebben de naasten een belangrijke rol gespeeld in het proces. Zij waren assertief, namen initiatief, wilden iets doen. Jan heeft zorg ‘op maat’ gekregen, toegesneden op wensen, behoeften en mogelijkheden van de familie en naasten van Jan.

In de toekomst zal steeds vaker een beroep worden gedaan op informele (mantel)zorgers: familie, vrienden en kennissen. Als we dit goed doen, rekening houdend met de wensen, behoeften, mogelijkheden en onmogelijkheden van patiënt en naasten, dan ontstaan er volop kansen en kan familie van onschatbare waarde zijn.

 

Contact
Monique Lindhout, directeur patiëntenvereniging Hersenletsel.nl moniquelindhout@hersenletsel.nl
Anne Visser-Meily, hoogleraar revalidatiegeneeskunde, UMC Utrecht en Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht
Corrie Korpershoek, programmamanager Patiënt als partner, UMC Utrecht
Marjolijn Ketelaar, senior onderzoeker Family Empowerment, Kenniscentrum Revalidatiegeneeskunde Utrecht

Geen belangenverstrengeling gemeld door de auteurs.

Bron: Medisch Contact


“Erover praten helpt”

 

U zorgt al lang voor uw man en ik zie dat u elke dag op bezoek komt. Lukt dat allemaal nog?” Met een beetje aandacht kun je al veel betekenen voor een familielid of mantelzorger, maar soms is er meer nodig.

 

Om de patiënt én zijn familie beter te ondersteunen, bekwamen verpleegkundigen van Chirurgie zich in familiegerichte zorg. “Om de zorg betaalbaar te houden wordt er een groter beroep gedaan op de familie van de patiënt. Dat kan een hele belasting zijn en soms is het door praktische, emotionele of relationele problemen ingewikkeld. Toch moet de patiënt het met zijn familie doen. We moeten daarom de switch maken van patiënt centraal naar familie centraal”, legt Marie Louise Luttik uit. Ze werkte jaren in het UMCG als verpleegkundige en onderzoeker, nu doet ze onderzoek bij de Innovatie Werkplaats Familiezorg van de Hanzehogeschool.

 

Overbelast
Familieleden worden doorgaans weinig bij de zorg betrokken. “Vaak zitten ze wel bij de gesprekken en we kijken ze af en toe aan, maar vragen niet hoe het voor ze is om hun familielid hier te brengen of hoe ze de periode na de opname zien”, zegt Marie Louise. Breng je meteen bij binnenkomst ook de familie van de patiënt in kaart, dan kun je vanaf dat moment al kijken wat er nodig is om ervoor te zorgen dat de patiënt thuis de zorg krijgt die hij nodig heeft, en de mantelzorgers niet overbelast raken. Hoe je dat kunt doen, leerden tien verpleegkundigen van Chirurgie tijdens een vijfdaagse training in het voeren van een familiegesprek. “Tijdens de HBO-V opleiding leer je een-op-een-gesprekken voeren met patiënten, nu leerden we hoe je als gespreksleider familieleden met elkaar kunt laten praten”, vertelt regieverpleegkundige Sanne van Leusden. Tijdens een familiegesprek kan blijken dat de een het vanzelfsprekend vindt om voor zijn zieke moeder te zorgen, en de ander het moeilijk vindt en daarom niets doet. “Als je het daar niet met elkaar over hebt, blijft het dwars zitten”, weet Marie Louise. “Erover praten helpt en vaak komt de familie zelf tot goede oplossingen. Dan spreken ze bijvoorbeeld af dat degene die niet wil zorgen, wel de boodschappen of administratie doet.” Komt de familie er zelf niet uit, dan kan de verpleegkundige (meer) thuiszorg adviseren en bij emotionele of praktische problemen doorverwijzen.

 

Groepsapp
Een apart familiegesprek is niet altijd nodig. Het kan genoeg zijn om de familie er op andere momenten bij te betrekken en met hen te praten, bijvoorbeeld tijdens de anamnese of een gesprek over de operatie-uitslag. Sanne: “Dat gesprek was eerst heel medisch gericht, nu is er meer aandacht voor de gevolgen en consequenties voor de patiënt en zijn familie en we laten de familieleden meer aan het woord. Door de training ben ik me veel bewuster van hun rol. Ik houd tegenwoordig ook in de gaten of er nieuwe hulpmiddelen zijn om de mantelzorg makkelijker te organiseren. Bij nieuwe patiënten stel ik bijna automatisch de vraag: hebben jullie al een groepsapp?”

 

Kadertekst
Chirurgie heeft een werkgroep opgericht om familiezorg op de afdeling in te voeren. Deze werkgroep krijgt ondersteuning van de Innovatie Werkplaats Familiezorg van het lectoraat Verpleegkundige Diagnostiek van de Hanzehogeschool. Deze werkplaats houdt zich bezig met het ontwikkelen, testen en implementeren van het familiegesprek. Een interventie die verpleegkundigen kunnen inzetten om families te ondersteunen en overbelasting van mantelzorgers te voorkomen.

 

Voor meer informatie over Familiezorg en de training ‘Het Familiegesprek’ kun je contact opnemen met Marie Louise Luttik (m.l.a.luttik@pl.hanze.nl)


Gun de mantelzorger minder regels,
minder formulieren en meer vertrouwen

 

Deze oproep doet Liesbeth Hoogendijk, directeur van Mezzo, in een ingezonden brief aan het Financieel Dagblad.

 

Mantelzorgers zijn 3 uur per week bezig met regelzaken. ‘Dat hebben we te danken aan een overheid en instanties die de miljoenen mantelzorgers in ons land wel dankbaar is voor het vele werk dat zij verrichten, maar ze tegelijkertijd niet vertrouwt op hun integriteit.’

 

Daarnaast ziet Liesbeth Hoogendijk een trend ontstaan dat mantelzorgers worden beoordeeld als halve professionals die je niet hoeft te betalen. Zij vindt het daarom hoog tijd dat de overheid een dikke streep zet tussen wat je als overheid op professioneel gebied wilt regelen en wat mensen uit zichzelf voor elkaar willen doen.

 

Lees hier de ingezonden brief.

Bron: Mezzo

Het keukentafelgesprek?

 

Wanneer u of een naaste hulp en ondersteuning nodig heeft, moet u dat aangeven bij de gemeente. In steeds meer gevallen wordt een gesprek gepland, waarin alle betrokken partijen gaan kijken welke behoeftes er zijn en op welke manier de hulp kan worden ingezet. In dit artikel leggen we uit wat een dergelijk ‘keukentafelgesprek’ inhoudt en wat u ervan kunt verwachten.

 

Wat is het keukentafelgesprek?
Het keukentafelgesprek is een term die steeds meer ingeburgerd raakt, hoewel het gesprek slechts in een klein deel van de gevallen daadwerkelijk aan de keukentafel plaatsvindt. Vaak gaat u voor een keukentafelgesprek naar het gemeentehuis of een wijkcentrum. Bij het keukentafelgesprek zijn meestal aanwezig: u, uw verzorger (eventueel een mantelzorger of familielid) en iemand van de gemeente. Tijdens het gesprek wordt bepaald welke hulp en voorzieningen voor u nodig zijn om zelfstandig te kunnen deelnemen aan de samenleving. Het gaat daarbij om voorzieningen in en rond het huis, en niet om medische zorg. Is er sprake van een mantelzorger, dan wordt tijdens het gesprek ook gekeken naar de belastbaarheid van deze persoon. De vormgeving van het keukentafelgesprek is wettelijk vastgelegd in de Wet maatschappelijke ondersteuning.

 

Meer informatie over het keukentafelgesprek vindt u hier.


Traject: De kunst van het ontmoeten

Afstemming tussen beroepskrachten, zorgvragers en familiezorgers

 

Het traject om beroepskrachten, zorgvragers en familiezorgers zorgvuldig met elkaar te laten samenwerken komt voort uit het vijfjarig wetenschappelijk onderzoek naar familiezorg en zorgverantwoordelijkheid (zie Publicaties).

 

Dit onderzoek heeft door een zorgvuldige afstemming met de zorgpraktijk geleid tot de Methode Familiezorg. Inmiddels wordt deze methode in diverse organisaties succesvol gebruikt (thuiszorg, zorgcentrum ouderenzorg, opleidingen post HBO verpleegkundigen geriatrie en neurologie, opleiding mantelzorgconsulenten, MEE, welzijnswerk).

 

Het traject bestaat uit drie fasen waarin thema’s en technieken uit de familiezorg en de beroepszorg leidraad zijn om in de organisatie ‘de kunst van het ontmoeten’ tussen mantelzorgers, zorgvragers en beroepskrachten te verwezenlijken.

 

Het traject wordt op maat gemaakt voor de organisatie. Een traject varieert van zes maanden tot twee jaar, afhankelijk van de vraag, de omvang en het vertrekpunt van de organisatie.

 

Download hier de PDF voor meer informatie


Elektronische Leeromgeving Methode Familiezorg

Voor beroepskrachten en zorgorganisaties

Elektronische-Leeromgeving-Methode-Familiezorg

‘Om als professional met families in ernstige zorgsituaties te werken hebben we de Methode Familiezorg ontwikkeld: een wijze van werken die families met langdurige en intensieve zorgsituaties zelfstandig in staat stelt deze zware taak aan te kunnen en vol te houden.’

 

De kracht van de Elektronische Leeromgeving ‘Methode Familiezorg’

Met het doel de leerervaring, het resultaat en het plezier van professionals te vergroten en hen daarnaast in staat te stellen om op de locatie en het tijdstip die voor hen uitkomt te leren, is de Methode Familiezorg vertaald naar een elektronische leeromgeving (ELO). Kennis wordt duurzaam geborgd en kan op een innovatieve wijze worden ontsloten.

 

De ELO is een verrijking van de traditionele wijze van opleiden die efficiëntievoordelen oplevert voor de organisatie. Vaardigheden, attitude en kennis worden overgedragen en eigen gemaakt middels tekst, literatuur, afbeeldingen, animaties, fragmenten en oefeningen. De ELO ondersteunt het gehele leerproces van cursisten én trainers zodat bij bijeenkomsten dieper op casuïstiek kan worden ingegaan. De expertise en kracht van de professional wordt hierdoor optimaal benut.

Wat zijn de onderdelen van de cursus?
De Methode Familiezorg bestaat uit onderstaande onderdelen. Daarnaast wordt een voor– en nameting aangeboden om inzicht te verkrijgen in de leerresultaten

Kennismaken met het begrip familiezorg:

Wat betekent het om te werken met families in intensieve en langdurige zorgsituaties?

Grondslagen:

De basis van de Methode Familiezorg begint bij een twaalftal, specifieke grondslagen. Deze grondslagen zijn de kernwaarden die het fundament vormen in het omgaan met zorgvrager en familie.

Zorgtriade:

De samenwerking tussen zorgvrager, familie en professional.

Vraagverheldering:

De vraagverheldering heeft tot doel inzicht te creëren met wie de familie moet samenwerken en/of onderhandelen en welke houdingsaspecten daarbij horen.

Hechting:

Over het interactieproces tussen een kind en zijn of haar opvoeders dat leidt tot een duurzame affectieve relatie, een gezonde identiteitsvorming en het normaal dagelijks functioneren.

Zondebok:

“Een zondebok wordt op oneerlijke wijze gedwongen om verantwoordelijkheid op zich te nemen voor de lasten of de vergrijpen van een ander” (Nagy & Krasner, 1994). Een zondebok ontstaat binnen een gezin waar grote spanningen heersen.

Rolomkering:

Over het afschuiven van ouderlijke verantwoordelijkheden naar de kinderen toe.

Het familiegesprek:

Om de juiste hulp en ondersteuning in een familiesysteem te activeren is communicatie nodig. Familiecommunicatie is essentieel om onderlinge verhoudingen en omgang tussen familieleden te bevorderen. Hoe kun je als professional het familiegesprek in de praktijk brengen?


PPEP4ALL een oppepper voor patiënt én partner

 

BehandelCentrumBrabant (BCB) start met een trainingsprogramma voor chronisch zieken en hun partner/mantelzorgers:‘PPEP4ALL’.

 

Het doel van dit programma is te leren omgaan met de psychologische en sociale problemen - waar vrijwel iedere (chronisch) zieke en zijn omgeving mee te maken krijgt – en daardoor de kwaliteit van leven positief te beïnvloeden. De focus ligt op mogelijkheden in plaats van beperkingen, op acceptatie en op het bevorderen van de autonomie en zelfredzaamheid. Alhoewel het programma is bedoeld voor chronisch zieken én hun partner/mantelzorger kunt u zich ook alleen opgeven.

 

Download hier de folder voor meer informatie.


Familiegerichte zorg

familiegerichte-zorg

De ontwikkeling van ons zorgstelsel richting een participatiesamenleving verandert veel voor zorgprofessionals. In plaats van de traditionele, individuele benadering van alleen de patiënt, moeten verpleegkundigen en verzorgenden zich nu ook meer richten op diens naasten.

 

Inmiddels worden de eerste stappen gezet in de richting van verplegingswetenschappelijk onderzoek naar zulke familiegerichte zorg. Dit onderzoek wordt geïnitieerd vanuit het nieuwe lectoraat Verpleegkundige Diagnostiek aan de Hanzehogeschool in Groningen.

 

Download als PDF: Gratis


Zorgt u voor uw naaste?

U staat er niet alleen voor!

Samen-Sterk

De langdurige zorg voor een familielid, vriend of goede kennis kan heel intensief zijn. Toch bent u er voor uw naaste. We willen er ook voor u zijn. De gemeente Tilburg biedt daarom verschillende vormen van mantelzorgondersteuning.

 

U hoeft niet alles alleen te doen. Voor vragen, steun, een luisterend oor of misschien wel vervangende zorg kunt u contact opnemen met één van de partners van de Toegang. Ook het Expertisecentrum Familiezorg en ContourdeTwern bieden hulp, bijvoorbeeld door middel van cursussen en begeleiding.

Download de folder.

 

Tel: Expertisecentrum Familiezorg 013 544 33 43
Tel: ContourdeTwern 013 549 86 46

 

Online hulp
Wehelpen.nl is een online marktplaats voor mensen die hulp nodig hebben of aanbieden
Op t-helpt.nl staan tips voor mantelzorgers.


Benieuwd naar de mogelijkheden?

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met Klaartje van Montfort via 06 - 23 36 86 90 of een mail sturen naar kvanmontfort@exfam.nl