Verslag Symposium Familiezorg

8 oktober 2009 Provinciehuis ‘s-Hertogenbosch

Impressie
Noord-Brabant loopt voorop in de mantelzorg. Het woord moest 10 jaar geleden nog in het woordenboek verschijnen. Zo is het nu ook met het woord familiezorg. Met die constatering gaf Frénk van der Linden, dagvoorzitter, de aftrap bij het symposium Familiezorg op 8 oktober in ‘s-Hertogenbosch.

Dat er heel veel is gebeurd in 10 jaar tijd kwam duidelijk naar voren in de verschillende presentaties. Het bijzondere van het symposium was dat dit niet alleen in taal, maar ook in beeld tot uitdrukking werd gebracht. Frénk van der Linden loodste de deelnemers door de gevarieerde onderdelen, hield ze scherp en ondervroeg vakkundig. Daarbij schuwde hij het persoonlijke niet. Zo vertelde hij dat vorig jaar bij zijn moeder de ziekte van Alzheimer is vastgesteld.
“We hebben de taken onderling verdeeld, maar het is een chaos. Stel, we zouden in Brabant wonen, wat zou er praktisch veranderen?”
Enkele antwoorden uit de zaal:
“Er wordt niet gewacht tot er iets aan de hand is.”
“Al na het eerste contact, bijvoorbeeld via de huisarts, kan er al een familiegesprek georganiseerd worden over behoeften en wensen.”
“Zorgorganisaties hebben beter op het netvlies dat het om familiezorg gaat en welke ondersteuning ze daarbij kunnen bieden.”

 

Tentoonstelling Art 4 Care
Brigite van Haaften, gedeputeerde jeugd, cultuur en samenleving, onthulde na haar lezing samen met kunstenaar Victor Sonna het beeld dat symbool staat voor familiezorg en hiermee de hele expositie Art 4 Care. Sonna zette 12 grondslagen van de Methode Familiezorg om in beelden, variërend van schilderijen tot driedimensionaal werk.

 

Kunst en Debat: over grondslagen in de zorg
Na de presentaties ging Frénk van der Linden met publiek en panel in debat. Onvermijdelijk ging de discussie eerst over de financiële kanten. Het verhaal van Westerhof is bijna te mooi om waar te zijn, want het staat haaks op de praktijk, klonk het uit de zaal. Hierop repliceerde Beneken genaamd Kolmer: “Laat andere partijen maar aantonen dat gefragmenteerde zorg meer oplevert dan geïntegreerde zorg.”
“Het heeft niets met financiën te maken maar met het comfort de eigen organisatie in stand te houden,” maakte Horn een einde aan de discussie.

Van der Linden liet vervolgens afwisselend panel en publiek aan het woord over een aantal grondslagen, zoals “Ontschuldigen is nodig om waardevrij met anderen om te gaan” en “Over emoties kun je niet onderhandelen.” De meeste discussie riep de grondslag “Intuïtie bestaat niet” op.

Beneken genaamd Kolmer lichtte toe dat ze in trainingen vaak aan professionals vraagt waarom ze handelen zoals ze handelen. Het vaak gegeven antwoord ‘uit intuïtie’ stelt haar teleur, want daarmee doen professionals zichzelf volgens haar tekort: “Het is je vak, dus je handelt op basis van wat je in huis hebt, verkregen door opleiding, kennis en ervaring.”

De discussie ontstond niet alleen door de verwarring rondom het begrip zelf, maar ook door de stelling. Iemand uit de zaal vatte het als volgt samen: “Je keurt niet zozeer de intuïtie af, maar de houding van professionals. Ze mogen niet zeggen dat ze het puur op basis van hun intuïtie doen.”
Zo ontstond langzamerhand begrip en namen de aanwezigen de grondslag en de terminologie over: “Ik vind dat je er wel vanuit mag gaan dat professionals hun kennis en kunde gebruiken.”

 

Afsluiting
Wat blijft bij van het symposium Familiezorg? vroeg Frénk van der Linden ter afsluiting.
“Dat je meteen naar de familiezorg in Tilburg moet gaan.”
“Het verhaal van de ervaringsdeskundige heeft op mij de meeste indruk gemaakt.”
“Dat de Methode Familiezorg nog veel meer aandacht en bekendheid moet krijgen.”

Als laatste gaf Van der Linden het woord aan Elly van Luijk, die aan de wieg van de mantelzorg heeft gestaan. “Het verheugt me om te zien dat de familiezorg volwassen is geworden. Tien jaar geleden wisten mensen die zelf mantelzorg gaven niet eens wat het was. We beseften toen dat we een goede definitie moesten vinden. Het was een wijs besluit om op zoek te gaan naar een student die onderzoek wilde doen. Dat werd Deirdre. Samen met haar en onder de leiding van Klaartje groeide de Stichting Mantelzorg uit tot het Expertisecentrum Familiezorg en tot waar we vandaag staan.”

Sneldichteres Dominique Engers belichtte in haar afsluitende act alle mooie, hilarische en bijzondere momenten van de dag.

 

Presentaties
Zorg doet iets met mensen
Brigitte van Haaften, gedeputeerde jeugd, cultuur en samenleving

Brigite van Haaften, gedeputeerde jeugd, cultuur en samenleving, begon haar lezing met de constatering dat de grote belangstelling voor zorg niet vreemd is. Het doet immers iets met mensen. Daarom stimuleert de provincie het breed uitzetten van de Methode Familiezorg in Noord-Brabant. Deze methode is een evidence based scholingsinstrument voor beroepskrachten gericht op de relationele ondersteuning van mantelzorgers. “Daarmee versterken we het relationeel leren werken met de zorgvrager én de familie en zorgverleners.”

Van Haaften stelde dat het belang van informele zorg toeneemt en dat mensen hun eigen verantwoordelijkheid nemen. In Nederland zijn 3,7 miljoen familiezorgers. De zorg die ze geven zou omgerekend 4 tot 7 miljoen euro per jaar kosten, volgens cijfers van het Sociaal Cultureel Planbureau.
“Zorg kan iets moois blijven met de juiste ondersteuning.” Daarom is het goed dat er al meer dan 300 beroepskrachten een training van de Methode Familiezorg hebben gevolgd.
Het onderwijs wil de methodiek opnemen en de gemeente besteedt er vanuit de Wmo aandacht aan. Samen zetten we zo een stevige basis neer voor toekomstbestendige zorg, aldus Van Haaften.

 

Bij de basis beginnen
Klaartje van Montfort, directeur Expertisecentrum Familiezorg

Klaartje van Montfort, directeur Expertisecentrum Familiezorg, blikte terug op 10 jaar: Van steunpunt mantelzorg, onderdeel van Thebe Thuiszorg, naar zelfstandige stichting. Van Stichting Mantelzorg naar Expertisecentrum Familiezorg. Het motto? Open communicatie leidt tot minder stress, meer zorgvreugde, minder ziekteverzuim en meer klanttevredenheid van zorgvrager en familie.

Steeds kritisch naar de zin van het werk blijven kijken, weten wat er binnen wet- en regelgeving speelt en dit kunnen benutten, noemde Van Montfort wezenlijke onderdelen van het werk rondom mantelzorgondersteuning.

Bij de basis, bij het eerste klantencontact bij de huisarts, het indicatieorgaan, de thuiszorg, daar begint het al. Vanuit dat idee startte 7 jaar geleden de ontwikkeling van een hulpmiddel voor professionals. Een manier van denken, zijn en werken waar iedere hulpverlener zich rijker door voelt.

De provincie heeft het Expertisecentrum de opdracht gegeven in 2009 en 2010 de werkwijze verder te verspreiden. Het voortschrijdend inzicht rondom familiezorg zal zo op steeds meer plaatsen doordringen.

 

Grondslagen in familiezorg
Deirdre Beneken genaamd Kolmer, onderzoeker Universiteit Tilburg, Tranzo en Expertisecentrum Familiezorg

Wat is de methode Familiezorg? Ofwel: waar is het relationele werken in de familiezorg op gebaseerd? Dat lichtte Deirdre Beneken genaamd Kolmer toe. Zij is onderzoeker Universiteit Tilburg, Tranzo en Expertisecentrum Familiezorg. Ze ging in op de titel van het symposium: Over relaties kun je praten. De ontmoeting, het contact en de relatie zijn terugkerende elementen van het werken in de familiezorg. Daarbij draait het steeds om relationeel werken.

Ze liet de toehoorders iets ervaren over haar jarenlange zoektocht naar de grondslagen van de zorg. Een van die grondslagen is ontmoeting. Dat is de sleutel om zorg te kunnen geven. Een andere is: De ideale ontmoeting begint met invoegen. Een beroepskracht die zich niet aanpast aan het gedrag van de zorgbehoevende en niet uitzoekt wat zijn wensen zijn, leeft deze grondslag niet na.

De grondslagen hangen met elkaar samen en beïnvloeden elkaar. Het zijn een soort wetten, die houvast bieden en leidend zijn voor het relationele werken. Beneken genaamd Kolmer heeft er in de afgelopen jaren 22 ontdekt. Eén van de grondslagen is wetenschappelijk onderbouwd en leidend voor de Methode Familiezorg: open communicatie leidt tot minder stress.

 

Goede bejegening is grondslag voor integer werken
Peter Westerhof, directeur zorgcentrum Reyshoeve

Hoe de Methode Familiezorg in de praktijk werkt en met welk resultaten, daarover vertelde Peter Westerhof, directeur zorgcentrum Reyshoeve, vallend onder de Wever. De Methodiek is toegepast in zorgcentrum Den Herdgang, waar hij 10 jaar directeur was. De Herdgang zocht ongeveer 5 jaar geleden diepgang in de relatie met zijn cliënt en het Expertisecentrum Familiezorg zocht pilot-organisaties voor de in ontwikkeling zijnde methodiek.

 

Wat kon anders?
- De eerste ontmoeting met de cliënt en de familie.
- De Herdgang plant deze nu bij de cliënt thuis en minstens 1 familielid in.
- De introductieperiode na de opname.
- De cliënt vindt samen met de zorgcoördinator zijn weg in het zorgcentrum.
- Het organiseren van een familiegesprek.
- Het doel: afspraken maken over de zorg en de bereikbaarheid.
- Er is een training over onderhandelen met de familie voor zorgcoördinatoren opgezet.

“Goede bejegening is de grondslag voor integer werken,” concludeerde Westerhof. De betrokkenheid van de 3 partijen, cliënt, familie en professional, is door de nieuwe manier van werken sterk vergroot. Het welbevinden van de cliënten neemt toe en formele klachten nemen af. De tevredenheid van cliënten en medewerkers is sterk toegenomen in de afgelopen jaren. Het ziekteverzuim is afgenomen en er is minder verloop onder het personeel.

Momenteel wordt een evidence based effectmeting ontwikkeld op initiatief van de gemeente Tilburg, het Expertisecentrum Familiezorg, De Wever, de Twern, Fluent zorgadvies en Tranzo.

 

Organiseer integrale hulp
John Monsieurs, familiezorger

Het warmste applaus oogstte John Monsieurs, afgestudeerd familiezorger, zoals hij zichzelf betitelde. Hij doorliep samen met zijn gezin een aantal ‘leermodules’ nadat zijn vrouw op 38-jarige leeftijd een herseninfarct kreeg. Na 2 maanden ziekenhuis en 8 maanden revalideren komt ze naar huis. De problemen lijken zich hierna op te stapelen, zelfs dusdanig dat een van de dochters in aanraking komt met de ambtenaar leerplicht en de politie.

“Talrijke hulpverleners hielden zich op een bepaald moment en op hun eigen manier met ons bezig,” vertelt Monsieurs. “Maar ik kreeg het gevoel niets op te schieten met de opgedane kennis en ervaring. Sterker nog, we groeiden als gezin steeds meer uit elkaar.”
Totdat er zich, na weer een frustrerend zorgtraject, een nieuwe hulpverlener meldt. Al tijdens het eerste gesprek blijkt dat dit een andere hulpverlener is dan die ze tot dan toe hebben gehad.

“We werden als een familie gezien en aan tafel gezet om te praten over de problemen.”
Simpele hulpmiddelen als een gezinsagenda, herstel van de gezinshiërarchie én waardering uitspreken naar elkaar, vormden de onmisbare elementen van de begeleiding. Dit was de zwaarste module, maar leidde uiteindelijk wel tot een groots resultaat. Een gelukkig gezin bestaande uit een sterke vrouw, 2 prachtig ontwikkelde dochters en hijzelf die de zorgtaak naast zijn normale werk kan vervullen. Hij deed een dringend beroep op de aanwezige professionele hulpverleners om voor gezinnen integrale hulp te organiseren. Want hoe sneller dat gebeurt, hoe beter.

 

Bonding and bridging
Ton Horn

Mystery guest Ton Horn, organisatieadviseur en interimbestuurder, vroeg zich af of de genoemde grondslagen de goede zijn. Familiezorg is daar waar zorg gegeven wordt. Mensen zorgen voor elkaar. Dus dat zijn goede grondslagen. Er is alleen 1 probleem: 1 op de 10 mensen heeft geen familie of vrienden.

Horn vertelde vervolgens over het boek Bowling Alone, The Collapse and Revival of American Community van Robert D. Putnam over de teloorgang van het sociale kapitaal in Amerika. Mensen die alleen zijn, blijken minder gelukkig, vaker ziek en hebben 50% meer kans om te overlijden. In Nederland geldt dit beeld ook omdat klassieke verbindingen vervallen.

Putman ziet echter naast het verdwijnen van oude verbanden een brede tendens dat mensen toch verbindingen zoeken met elkaar. Deze bonding streeft naar solidariteit binnen de eigen homogene groep. Een tweede niveau noemt hij bridging social capital. Via een denktank Better together ontstond een lijst van 150 tips, kleine overzichtelijke dingen, die die verbinding tot stand kunnen brengen.

Voor de toekomst voorziet Horn dat de technologie mensen behulpzaam zal zijn om hen met elkaar in contact te brengen. 60% van de Nederlanders zit op minstens één sociaal netwerk. De groei hiervan gaat driemaal zo hard als het gemiddelde internetgebruik. Horn voorziet dat deze sociale netwerken een volwaardig alternatief zullen gaan vormen voor traditionele verbindingen als familie, buurt, herkomst.

Verslag: Karien Vissers, Tekst & Redactie, Goirle